Actueel

Oud-judoka Bastiaan Ruitenga maakte een breekpunt in zijn sportcarrière mee. In De tweede adem vertellen andere sporters hoe zij hun gedwongen wijziging van koers beleefden. In alle gevallen draait het om de vraag: ga ik door met mijn sportcarrière of niet? Wil ik of kan ik in de gegeven omstandigheden de top halen of opteer ik voor een zoveel rustiger en misschien wel plezieriger route buiten de sport? De tweede adem maakt duidelijk hoe bekende en minder bekende topsporters op belangrijke momenten in hun leven keuzes maken waar ze voor de voll... Lees verder »

Oud-judoka Bastiaan Ruitenga maakte een breekpunt in zijn sportcarrière mee. In De tweede adem vertellen andere sporters hoe zij hun gedwongen wijziging van koers beleefden. In alle gevallen draait het om de vraag: ga ik door met mijn sportcarrière of niet? Wil ik of kan ik in de gegeven omstandigheden de top halen of opteer ik voor een zoveel rustiger en misschien wel plezieriger route buiten de sport? De tweede adem maakt duidelijk hoe bekende en minder bekende topsporters op belangrijke momenten in hun leven keuzes maken waar ze voor de volle honderd procent achter kunnen staan. Met bijdragen van onder meer Lisa Westerhof, Jeffrey Wammes en Tonnie Heijnen.

Minder «
Max Verstappen werd jarenlang door zijn vader Jos, oud-coureur in de Formule 1, begeleid en onderwezen. Dat talentontwikkeling een vak apart is, blijkt ook uit bijvoorbeeld Ruwe diamanten. Dit boek beschrijft hoe talenten in de sport, na jaren van zorgvuldig slijpen, de kans krijgen om te schitteren op olympisch niveau. De belangrijkste thema's in het wetenschappelijk onderzoek naar en het beleid rond talentontwikkeling komt aan bod. Maar ook worden vele kritische vragen die daarbij aan de orde komen, niet gemeden. Interviews met jonge sporters... Lees verder »

Max Verstappen werd jarenlang door zijn vader Jos, oud-coureur in de Formule 1, begeleid en onderwezen. Dat talentontwikkeling een vak apart is, blijkt ook uit bijvoorbeeld Ruwe diamanten. Dit boek beschrijft hoe talenten in de sport, na jaren van zorgvuldig slijpen, de kans krijgen om te schitteren op olympisch niveau. De belangrijkste thema's in het wetenschappelijk onderzoek naar en het beleid rond talentontwikkeling komt aan bod. Maar ook worden vele kritische vragen die daarbij aan de orde komen, niet gemeden. Interviews met jonge sporters, hun ouders en coaches in vijf takken van sport, belichten hoe de sportbonden hun talenten op weg helpen naar de top en hoeveel inspanningen daarvoor nodig zijn.

Minder «
Wimbledon kent met Serena Williams en Andy Murray prachtige Wimbledon-kampioenen. Bent u een liefhebber van tennis? Voor tennistrainers en -talenten in wording heeft ...daM uitgeverij drie handzame boeken in de serie &Tennis in de aanbieding. Ze zijn geschreven door Honzik Pavel, coördinator beroepsopleidingen bij de KNLTB, en sportpsycholoog Yorin Verschoor.In het deel Aandachtscontrole staat het trainen van de concentratie centraal.Het deel Emotionele stabiliteit gaat in op de mentale factoren die voor tennissers doorslaggevend zijn op to... Lees verder »

Wimbledon kent met Serena Williams en Andy Murray prachtige Wimbledon-kampioenen. Bent u een liefhebber van tennis? Voor tennistrainers en -talenten in wording heeft ...daM uitgeverij drie handzame boeken in de serie &Tennis in de aanbieding. Ze zijn geschreven door Honzik Pavel, coördinator beroepsopleidingen bij de KNLTB, en sportpsycholoog Yorin Verschoor.

  • In het deel Aandachtscontrole staat het trainen van de concentratie centraal.
  • Het deel Emotionele stabiliteit gaat in op de mentale factoren die voor tennissers doorslaggevend zijn op topniveau en op de trainingsbaan.
  • Het derde boek, Zelfvertrouwen, leert je hoe je zelfvertrouwen kunt opbouwen én vergroten.

De delen zijn los van elkaar te verkrijgen en kunnen ook als serie worden aangeschaft.

Minder «
Talentontwikkeling staat bij vele sportbonden en clubs centraal. Toch neemt het coördinatievermogen van kinderen af en is er juist een toename van beweegarmoede en blessures onder kinderen. Bovendien is er rond de pubertijd een grote ‘drop-out’ te constateren. Wat gaat er verkeerd?Die vraag staat centraal bij een van de lezingen die de Vrije Universiteit en de organisatie van de EK Atletiek in Amsterdam de komende tijd organiseren. Op donderdagavond 2 juni behandelen prof. Geert Savelsbergh en Kai Krabben onder meer de voors en tegens van een v... Lees verder »

Talentontwikkeling staat bij vele sportbonden en clubs centraal. Toch neemt het coördinatievermogen van kinderen af en is er juist een toename van beweegarmoede en blessures onder kinderen. Bovendien is er rond de pubertijd een grote ‘drop-out’ te constateren. Wat gaat er verkeerd?

Die vraag staat centraal bij een van de lezingen die de Vrije Universiteit en de organisatie van de EK Atletiek in Amsterdam de komende tijd organiseren. Op donderdagavond 2 juni behandelen prof. Geert Savelsbergh en Kai Krabben onder meer de voors en tegens van een vroege of late sportspecialisatie. Is het verstand om kinderen van 5 jaar te specialiseren in 1 sport? Of is het beter om eerst meerdere sporten te beoefenen en pas op latere leeftijd te kiezen? Olympische sporters blijken zich relatief vaak laat te specialiseren en hebben diverse sportervaringen opgedaan. Aan de hand van het Athletic Skills Model worden praktijkvoorbeelden uit diverse sporten besproken.

Meer informatie

Minder «
Sporters die op jonge leeftijd specialiseren hebben vaker overbelastingsblessures tijdens hun tienerjaren dan kinderen die op jonge leeftijd meerdere sporten beoefenen. Ook leidt vroeg specialiseren vaker tot burn-out-klachten.Dat blijkt uit een uitgebreide literatuurstudie van de Amerikaanse arts-onderzoeker Feeley en collega’s, waarover TopsportTopics onlangs berichtte. Het zich vroeg toeleggen op één tak van sport is vaak gebaseerd op onderzoek van de Zweedse psycholoog Ericsson waarin hij stelt dat er 10.000 uur training noodzakelijk is om... Lees verder »

Sporters die op jonge leeftijd specialiseren hebben vaker overbelastingsblessures tijdens hun tienerjaren dan kinderen die op jonge leeftijd meerdere sporten beoefenen. Ook leidt vroeg specialiseren vaker tot burn-out-klachten.

Dat blijkt uit een uitgebreide literatuurstudie van de Amerikaanse arts-onderzoeker Feeley en collega’s, waarover TopsportTopics onlangs berichtte. Het zich vroeg toeleggen op één tak van sport is vaak gebaseerd op onderzoek van de Zweedse psycholoog Ericsson waarin hij stelt dat er 10.000 uur training noodzakelijk is om de top te bereiken. Dus denken ouders en coaches dat talentvolle jonge sporters vroeg moeten beginnen met specifiek en hard trainen.

Feeley c.s. stellen echter dat kinderen die op jonge leeftijd meerdere sporten beoefenen ook de top kunnen bereiken. Vroeg specialiseren zou zelfs negatieve gevolgen kunnen hebben op zowel fysiek als mentaal vlak.

Het blijkt dat de kans op blessures bij “jonge specialisten” 1,5 keer groter is dan bij jonge sporters die meerdere sporten beoefenen. Dit geldt voor onder meer volleybal, voetbal en basketbal. Vooral overbelastingsblessures komen vaker voor: gewrichtsklachten, stressfracturen.
Bij turnen is het lastig om keuzes te maken, omdat daar de prestatiepiek op relatief jonge leeftijd ligt. Laat specialiseren is dan eigenlijk niet mogelijk terwijl er juist bij turnen een duidelijk verband bestaat tussen specialistisch trainen en allerlei (gewrichts)blessures. Naast overbelastingsblessures kan vroeg specialiseren ook leiden tot een verhoogde kans op een burn-out.

Meer informatie

Minder «
Als kinderen beelden van zichzelf tijdens de gymles terugzien op een tablet, gaan ze bewuster nadenken over hun bewegingen. Als ze die beelden van zichzelf kunnen vergelijken met die van anderen, helpt hen dat om zich te verbeteren. Zo’n digitale leeromgeving is dus uitdagend. Maar tablet én docent blijven beiden een rol spelen bij de instructie van oefenvormen.Die boodschap bracht John van der Kamp op het derde symposium “Van tikken naar taggen”, dat eind maart plaatsvond in Zwolle. Hij is als bewegingswetenschapper verbonden aan de VU in Amst... Lees verder »

Als kinderen beelden van zichzelf tijdens de gymles terugzien op een tablet, gaan ze bewuster nadenken over hun bewegingen. Als ze die beelden van zichzelf kunnen vergelijken met die van anderen, helpt hen dat om zich te verbeteren. Zo’n digitale leeromgeving is dus uitdagend. Maar tablet én docent blijven beiden een rol spelen bij de instructie van oefenvormen.

Die boodschap bracht John van der Kamp op het derde symposium “Van tikken naar taggen”, dat eind maart plaatsvond in Zwolle. Hij is als bewegingswetenschapper verbonden aan de VU in Amsterdam en Windesheim.

Het is een bekend vraagstuk: leert een kind (vooral) expliciet of (vooral) impliciet? Van der Kamp wil er geen tegenstelling van maken. Kinderen vinden vaak onbewust oplossingen voor de opdrachten die ze in het bewegingsonderwijs krijgen. Maar het is ook goed als ze zich bewust worden van die bewegingen en daar kunnen digitale hulpmiddelen een rol bij spelen.

Topsport
In de topsport is dat al niets bijzonders meer: coaches staan langs de lijn van het sportveld en maken videobeelden die de sporter direct terug kan zien. Op trainingslocaties hangen tegenwoordig permanent camera’s en beeldschermen. Maar de coach weet ook dat de ene sporter de beelden snel kan benutten voor het eigen leerproces, terwijl de ander meer intuïtief te werk gaat.

In de gymzaal is dat niet anders. Van der Kamp: ‘Leerlingen denken zelf ook na en kunnen het leerproces expliciet maken via een eigen ontdekkingstocht en door zelf kennis op te bouwen. Als je met hulp van videobeelden de beweging kunt nalopen en bespreken en ook nog een vergelijking met anderen kunt laten zien, vergroot dat de zelfregulatie.’

Stress
Daar staat tegenover dat het impliciete leren leidt tot een beter bewegen. Wat een kind op die manier leert, blijft ook langer hangen. Dat blijkt bijvoorbeeld als het in een wedstrijd spannend wordt en de stress toeneemt, bijvoorbeeld bij het nemen van een penalty. Of als spelers vermoeid raken. Dan houdt de sporter langer vast wat hij of zij zichzelf eigen heeft gemaakt dan wat van buiten is aangereikt.

Maar er lijkt ook sprake van een omgekeerde beweging. Van der Kamp betoogde dat het gebruik van digitale middelen, zoals videobeelden, vooral het expliciete leren lijkt te stimuleren. De informatie die een kind krijgt aangereikt, maakt deel uit van het “werkgeheugen”. Terwijl “onhandige” kinderen juist lijken te profiteren van het zichzelf verwerven van motorische vaardigheden. Maar als kinderen videobeelden kunnen gebruiken om een beweging beter uit te voeren, verhoogt dat de intrinsieke motivatie. En dat is ook winst.

Terugkijken in de les
Een van de projecten die op het symposium werden gepresenteerd was “Terugkijken met een tablet”, waar Joop Duivenvoorden bij Calo Windesheim mee bezig is. Hij onderzoekt onder meer waar leerlingen naar kijken als ze gebruik maken van videobeelden om zichzelf terug te zien. Via de techniek van eyetracking kan de docent zien waar de leerling daarbij specifiek op let. En door het laten oplichten van bijvoorbeeld een van de lichaamsdelen tijdens een beweging, kan de focus van de kijker gestuurd worden. Bijvoorbeeld om aan te geven waarom een bepaalde beweging wel of niet is gelukt en wat er te verbeteren is. Zo kan het gebruik van beelden geoptimaliseerd worden.

Duivenvoorden: ‘Een belangrijk winstpunt is dat de leerling controle krijgt en de video-feedback kan terugkoppelen naar de eigen ervaring.’ Het onderzoek moet onder meer duidelijk maken hoe en wanneer je dit middel tijdens de les kunt inzetten en wat de effecten van het tablet-gebruik op de langere termijn zijn op onder meer de motivatie.

Minder «