Kinderen willen vooral gezellig samen sporten

Rico Schuijers, sportpsycholoog

Hij heeft het bij zijn eigen kinderen meegemaakt. ‘Ze zaten op judo en waren daar best goed in. Maar een wedstrijddag duurde van tien uur ’s ochtends tot in de namiddag, terwijl ze maar vier of vijf keer een paar minuten op de mat stonden. Dat vonden ze niks’, zo vertelt sportpsycholoog Rico Schuijers. ‘Nu ze op hockey zitten, hebben ze veel meer plezier in sporten.’

Hoe motiveer je kinderen om te gaan sporten en wat zorgt ervoor dat ze er ook plezier in houden? De antwoorden die volwassenen geven op die vragen, gaan niet op voor de jeugd, zegt Schuijers. En daar moeten ouders en jeugdcoaches, maar ook verenigingen en bonden rekening mee houden.

‘Veel mensen gaan sporten vanwege hun gezondheid of omdat ze zich lekker fit willen voelen. Kinderen zijn daar helemaal niet zo mee bezig. Je kunt ook trainen omdat je jezelf steeds wilt verbeteren of omdat je wilt winnen. Ook dat speelt voor de meeste kinderen niet zo’n grote rol, zoals mijn collega Joyce Jansen elders op dit platform toelicht.’

Kinderen willen vooral plezier maken met elkaar. ‘Je moet dus een omgeving scheppen waarin ze dat kunnen doen’, zegt Schuijers. Bijvoorbeeld: een aantrekkelijker wedstrijdprogramma, waardoor kinderen vaak in actie kunnen komen. Kleinere speelveldjes, zodat ze meer aan de bal komen. ‘In het tafeltennis, een sport die ik zelf goed ken, wordt ook wel gedacht aan kleinere en kleurigere tafels voor de jeugd.’

Pubers
‘Bij pubers speelt die aantrekkelijke omgeving een grote rol als je hen voor de sport wilt behouden. Er komen in hun leven steeds meer aantrekkelijke alternatieven, zoals uitgaan en de mogelijkheid een bijbaantje te nemen.’

‘De hormonale veranderingen spelen in die leeftijdsfase ook een grote rol’, zegt Schuijers. ‘De meesten hebben moeite om goed te plannen. Ze overzien niet wat ze allemaal moeten doen, voor school of voor andere opdrachten. Dan kan de sport er makkelijk bij in gaan schieten.’

Ook voor tieners spelen prestaties of het “winnen” geen grote rol in de motivatie. ‘Dat geldt eigenlijk alleen voor de kleine groep talenten die bijvoorbeeld in regionale en landelijke jeugdselecties terechtkomen en daar gaan trainen en tot de top van Nederland gaan behoren.’

 

 

Coaches: geen ezel en geen ooievaar
Wat kun je als coach bijdragen aan de motivatie van je jonge sporters? Zorg er in ieder geval voor dat je ze niet als ezel probeert te trainen  ̶  en ook niet als een ooievaar.

Als je je sporters ziet als ezels, zul je proberen hen te motiveren met wortel en stok. Dat wil zeggen: je beloont goede prestaties met privileges en “bestraft” sporters die in jouw ogen falen door te schreeuwen of te schelden. Ben je een ooievaar, dan zie je de sporter als je “kindjes” en probeer je je eigen motivatie met peptalk en andere methoden op hen over te brengen.

Het werkt allemaal niet, meent Schuijers. Want de echte motivatie komt van binnen uit. En je moet als coach goed kijken naar de individuele jonge sporters om te zien wat het plezier in de sport aanwakkert. Of wat de reden is voor een dip in de motivatie. Zodat je kunt zoeken naar een op het individu afgestemde oplossing.

Ouders: inzet gaat boven prestatie
Wat motiveert je kind, op school of in de sport? Schuijers benadrukt dat het belangrijker is om meer waardering te hechten aan de inzet van het kind dan aan de prestatie of het talent. Hij vertelt over onderzoek van de Amerikaanse psychologe Carol Dweck onder een groep van 400 kinderen uit groep 8 van het basisonderwijs.

Die kinderen moesten een relatief eenvoudige test doen, die ze allemaal aankonden. De helft (groep 1) werd geprezen omdat ze zo slim was, de andere helft (groep 2) omdat ze zo hard had gewerkt. Vervolgens mochten ze kiezen of ze een moeilijker of makkelijker test wilden doen. Groep 1 koos de eenvoudiger opgave, groep 2 wilde de tanden wel zetten in de lastige opdracht. Toen de kinderen daarna een test kregen die ze bijna onmogelijk konden oplossen, liet groep 1 de moed meteen zakken, terwijl de anderen het veel langer bleven proberen.

‘Ook als het om sportieve opdrachten gaat, is het beter om vooral de inzet van de kinderen te prijzen’, zegt Schuijers. ‘Dat zal hen meer motiveren om zich verder te ontwikkelen dan te zeggen dat ze zo’n groot talent zijn.’

Protask
Rico Schuijers sportpsychologie

 

 
Sleep hier een bestand heen. Het uploaden van bestanden wordt door uw browser niet ondersteund.




Er zijn nog geen reacties geplaatst