(H)erkend beweger: opvoeden binnen bewegingsonderwijs (en sport) bij het verwerven van een beweeg- en sportidentiteit

Henk van der Palen en Jorg Radstake


Samenvatting

Bewegingsonderwijs en de georganiseerde sport leveren elk een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van jonge mensen als beweger en sporter. Kinderen en jeugdigen worden ondersteund bij het ontwikkelen van een – herkenbare – eigen beweeg- en sportidentiteit. Kennisuitwisseling, afstemming en samenwerking leiden tot positieve effecten op de mate waarin een jeugdige zich sporter voelt en als sporter actief is.

Bewegingsonderwijs (lichamelijke opvoeding) vindt als schoolvak plaats in een pedagogische context en zorgt ervoor dat alle jongeren vanaf hun vierde jaar ten minste twee keer per week bewegen en sporten.

Voor leerlingen is er heel wat meer te ‘halen’ dan alleen even lekker bewegen in plaats van stilzitten in de schoolbanken. Bewegingsonderwijs is een leervak met als overkoepelend doel het inleiden van jonge mensen in het bestaansveld bewegen, zoals andere vakken inleiden in bijvoorbeeld de wereld van wiskunde, Engels of muziek. De inzet van bewegingsonderwijs is dat leerlingen op hun eigen wijze deel gaan en blijven uitmaken van onze huidige en toekomstige beweeg- en sportcultuur. Er is dus sprake van een toerustingsfunctie (mee kunnen doen) en een persoonlijke ontplooiingsfunctie (jouw wijze van bewegen ontwikkelen). Om dat verantwoord te doen wordt een krachtige pedagogische omgeving gecreëerd waarin beleving van jongeren een belangrijke rol speelt. Drie basisbehoeften worden gerealiseerd: competentie, autonomie en verbondenheid. Leerlingen ontwikkelen op eigen niveau beweegvaardigheden (competenties). Dat staat centraal in het bewegingsonderwijs. Ze worden regisseur van het eigen leerproces (autonomie). De kracht van samen leren wordt benut (verbondenheid).

Goud in elk kind
Artikel uit: Goud in elk kind

Jeugdsport in een pedagogisch perspectief

Meer informatie
Download de preview