Sportethiek moet dienstbaar zijn aan de praktijk

Johan Steenbergen en Herman Verveld


Samenvatting

Sport is al jaren opgerukt van de marge naar het centrum van de samenleving. Deze centrale positie van sport manifesteert zich op tal van manieren. Dit betekent dat sport steeds meer onder een vergrootglas ligt en daarbij gaat het vaak om positieve ontwikkelingen. Maar soms ook om misstanden en excessen. Opvallend is dat wanneer het gaat om excessen – zoals het gebruik van doping, commercialisering, match fixing, supportersgeweld, seksueel misbruik of frauderende bestuurders –, de ethiek er altijd bij wordt gehaald, soms zelfs met de haren erbij gesleept. Dit is niet verwonderlijk, ethiek gaat immers om ‘Wat is juist en wat niet juist?’ en ‘Hoe dienen we wel en niet te handelen?’. Om dergelijk vragen echter op een adequate wijze te behandelen (of beantwoorden) is een systematische benadering een vereiste. Binnen de ethiek dient waardenoverdracht altijd vooraf te worden gegaan door waardenverheldering. Indien we bijvoorbeeld vinden dat sporters zich fair dienen te gedragen, dan is van belang helderheid te hebben over wat al dan niet fair is. 

Binnen de sportfilosofie hebben de laatste decennia vooral sportethische discussies de agenda bepaald. In deze bijdrage zullen de auteurs enkele van die discussies de revue laten passeren en aan de hand van actuele voorbeelden laten zien (i) wat sportethiek inhoudt en (ii) hoe sportethische discussies op systematische wijze zijn te voeren. Daarbij zal ook aannemelijk worden gemaakt dat sport als zodanig niet alleen in het licht van ‘de’ ethiek moet worden beschouwd, maar als een aan kunst verwante cultuuruiting ook dient te worden bezien vanuit een esthetisch perspectief. Door zowel het ethische als esthetische perspectief te benadrukken, werken we toe naar een weloverwogen en vernieuwende sportethiek.

Goud in elk kind
Artikel uit: Goud in elk kind

Jeugdsport in een pedagogisch perspectief

Meer informatie
Download de preview