Inleiding: jeugdsport in een pedagogisch perspectief

Nicolette Schipper-van Veldhoven en Jens van der Kerk


Samenvatting

Sport gaat toch over winnen, wedstrijden spelen, technisch beter worden, toch? Instructie lijkt onlosmakelijk verbonden met het onder de knie krijgen van bewegingspatronen. ‘Ik ben trainer, ik moet ervoor zorgen dat ze goed leren voetballen.’ Dat klopt! Maar dat is het niet alleen… Het gaat er ook om hoe je die instructie geeft, hoe je kinderen en jeugdigen voorbereidt op wedstrijden, op tegenslagen, om plezier te beleven aan sport.
De hersenen van jeugdigen werken heel anders dan die van volwassenen. Volwassenen denken in oorzaak en gevolg, in winnen en verliezen. Kinderen denken in het hier en nu, in plezier hebben. Kinderen lopen met zijn allen achter de bal aan, als een coach dan roept ‘vrijlopen’ omdat hij dan aanspeelbaar is, heeft dat weinig zin. Kinderen snappen dit niet want zij denken niet in oorzaak en gevolg.
Een trainer op zijn beurt raakt geïrriteerd omdat de kinderen niet luisteren en gaat harder schreeuwen. Maar al te vaak verdwijnt daarmee het plezier in de sport; afhaken op jonge leeftijd ligt op de loer. Trainen, coachen en begeleiden van jeugdige sporters moet aansluiten bij de belevingswereld en de ontwikkelfase van het kind. Waardering en plezier zijn daarbij basisvoorwaarden.

Goud in elk kind
Artikel uit: Goud in elk kind

Jeugdsport in een pedagogisch perspectief

Meer informatie
Download de preview