Bewegingsonderwijs en spel: de eerste stappen in de virtuele werkelijkheid

Diny van der Aalsvoort


Samenvatting

Er wordt veel gespeeld in de gehele basisschoolperiode. Bewegen vormt
daarbij een belangrijk onderdeel. Zo krijgen de leerlingen in groep 1 en 2
dagelijks bezigheden aangeboden die veel bewegen mogelijk maken. Dit
lokt het spelenderwijs oefenen van de grove en fijne motoriek uit. Vanaf
groep 3 zie je al minder beweeglijkheid. Deels komt dit doordat je als leerling wordt geacht in staat te zijn stil te zitten, zodat beweeglijkheid tijdens lessen wordt ontmoedigd. Deels ook is het kind steeds beter in staat tot het opvangen van reacties op iets dat om hem heen gebeurt, zonder dat dit met veel beweging gepaard gaat: de grove en fijne motoriek wordt steeds beter gecontroleerd. Bewegen mag wel, maar dan vooral in de pauzes buiten.
Het belang van bewegen voor de ontwikkeling zien leerkrachten heel goed (Chancellor, 2013). Daarnaast vormt bewegingsonderwijs een verplicht onderdeel van het onderwijsaanbod. Met dit onderwijs wordt zo optimaal mogelijk bij de ontwikkeling van de fijne en grove motoriek aangesloten. Beoogd wordt twee specifieke kerndoelen te bereiken als opbrengst van het bewegingsonderwijs in de basisschool (Greven & Letschert, 2006; SLO/KVLO, 2011).

Van tikken naar taggen
Artikel uit: Van tikken naar taggen

Digitalisering van bewegingsonderwijs en sport

Meer informatie
Download de preview